g-sleutel van het Tourdion lied Tourdion logo
Dutch icon  English icon  German icon  French icon SPONSORS
Tourdion statistieken Home | Links | E-mail Tourdion | Reserveren
Tourdion koor - Castricum
Vereniging
Dirigent
Huidig repertoire
Agenda
Publicaties
Archief
Gastenboek
Oud repertoire

Tourdion brengt dichter bij muziek

Door: Jelle van der Meulen, 09-04-2005 (Recensie)
Een goed gevulde Hervormde Kerk van Castricum was zaterdagavond 9 april het decor van een gevarieerde poëtisch-muzikale voorstelling. Onder het motto 'dichter bij muziek' stelde het ruim vijftig leden tellende Castricumse koor Tourdion dit keer woorden net zo centraal als klanken.

Niet alleen zong het koor teksten van een bont gezelschap dichters, van Vondel tot Jules Deelder en van Shakespeare tot Lennaert Nijgh, het had ook een gouden greep gedaan door de gezongen gedichten aan elkaar te laten praten door declamator Jan Tulp. Hij deed dat bekwaam door in afwisseling met het koor teksten voor te dragen die op de gezongen gedichten aansloten of daar juist mee in contrast waren.

De opening van het programma was veelbelovend. Een delegatie van Tourdion opende met de speelse tekst van Paul van Ostaijen, 'Marc groet 's morgens de dingen', waarop Jan Tulp een even speels en tegelijk ontroerend dierenverhaal van Toon Tellegen voorlas. Daarna volgde het bekende gedicht van Heine 'Die Lorelei' op een even bekende melodie van Schiller, waarin Tourdion liet horen waar het goed in is: vierstemmige zang, waarbij vooral de sopranen bij vlagen die "wundersame gewaltige Melodei" lieten horen waar Heine het in het gedicht over heeft.

Het programma zat lekker in elkaar. Op zo'n avond waarin koor en declamator via dichters naar het dagelijks leven in verschillende seizoenen kijken, mag de liefde natuurlijk niet ontbreken. Het huwelijk werd door Tourdion moralistisch bezongen via een gedicht van Vondel op een eveneens 17e-eeuwse melodie, maar omlijst door de humor van de dichter Marja en de grimmigheid van Willem Elsschot, van wie Jan Tulp het gedicht 'Het huwelijk' citeerde met de beroemde woorden: "Maar tussen droom en daad / staan wetten in de weg / en praktische bezwaren".

De opmaat naar de pauze was een van de hoogtepunten van de avond. Pianist Bernard van den Boogaard bewees dat 'Lied ohne Wörter' van Mendelssohn-Bartholdy zonder die woorden toch als poëzie klinkt. De pianosolo werd gevolgd door een gedicht van Jules Deelder, dat nota bene door een soort Harry Banninkmelodie, maar vooral door het aanstekelijke enthousiasme van het koor klonk als een Annie M.G. Schmidtliedje. In een ruime medley van Boudewijn-de-Grootnummers liet Tourdion horen dat die teksten, vooral van Lennaert Nijgh, na meer dan dertig jaar en poëtisch als ze zijn, nauwelijks gedateerd klinken. Hoe subtiel Van den Boogaard ook hier Tourdion op de vleugel begeleidde werd bijvoorbeeld hoorbaar toen hij het cynische fragment over "ons onvolprezen strand" inleidde met een regel uit de vaderlandse klassieker 'Waar de blanke top der duinen'.

Wie dacht dat Tourdion voor de pauze al zijn kruit al verschoten zou hebben, kwam na de pauze gelukkig bedrogen uit. Een muzikaal hoogtepunt bereikte het koor in W. H. Audens 'Funeral blues' en verrassend was ook het samenspel van vleugel en dwarsfluit, de laatste bespeeld door koorlid Irene Brugman, in 'Rêverie' van André Caplet.

Het meest humoristische hoogtepunt kwam nadat het koor een door Ivo de Wijs geschreven merkwaardige Elfstedentocht bezongen had die niet in Leeuwarden maar in Koog aan de Zaan (Koog aan de Zaan?) eindigde: "Dan is er toch iets fout gegaan." Vervolgens las Tulp een schaatsgedicht van Willem Wilmink voor, waarin de schaatsers heel absurdistisch menig lichaamsdeel, tot zelfs het meest intieme aan toe, door bevriezing verloren, en dat ging er wel in bij het publiek!

Aan het eind werd het wel een beetje erg dagsluiterig, overigens ontroerend ingeleid door een gedicht van Dietrich Bonhoeffer, die uitgerekend op 9 april precies 60 jaar geleden door de nazi's werd geëxecuteerd wegens zijn verzet tegen Hitler. Nadat Jan Tulp eerst enkele strofen van één van Bonhoeffers laatste gedichten in het Nederlands voordroeg, liet Tourdion, begeleid door piano én dwarsfluit, nog eens zijn vierstemmige zang horen in een Engelse versie van het gedicht.

Tot dan toe hadden we de dirigent van Tourdion, Joost Doodeman, zoals dat gaat, voornamelijk op de rug gezien. Overigens zie je aan zijn bewegingen en hoor je aan het enthousiasme van het koor welke bezieling er van de dirigent uitgaat. Die bezieling werd nog eens extra zichtbaar toen Doodeman zich voor het laatste gedicht naar het publiek keerde en samen met Jan Tulp de woorden van de dichter Rutger Kopland zong: "Weggaan kun je beschrijven als / een soort van blijven. Niemand / wacht want je bent er nog. / Niemand neemt afscheid / want je gaat niet weg."

Tourdion heeft een jaar aan dit programma gewerkt en, ongetwijfeld mede dankzij de professionele begeleiding, met resultaat. Natuurlijk ging er wel eens een inzetje mis, of werd een enkele regel niet helemaal gelijk gezongen, maar daar stond meer dan genoeg moois tegenover. Het koor met zijn gastdeclamator liet een gevarieerd programma horen, zowel qua tekst als muziek, dat stond als een huis. 'Dichter bij muziek' was het motto, maar zo'n voorstelling brengt de dichters en hun gedichten vooral ook dichter bij het publiek.


Print versies

Word versie (24 Kb), Pdf versie (115 Kb)

Meer publicaties

Copyright © Tourdion 2004-2010 | Sitemap